LEESKRING “Het gebed des Heeren”
Het gebed des Heeren Van Thomas Watson
Evenals vorig zomerseizoen, wordt er ook dit jaar weer een leeskring gehouden. Ds. W. Pieters hoopt het boek “Het gebed des Heeren” van Thomas Watson te behandelen.
Dit is een deel uit een 3-voudige serie waarvan deel 1: “De hoofdsom van de geloofsleer” in de eerste leeskring gelezen en behandeld is. Het lezen van deze lectuur is zeer verrijkend en leerzaam voor een ieder, dus van harte welkom op deze avonden in de Leerkamer van 20.30 uur tot ± 21.45 uur. Alle data DV.
De volgende avonden zijn gepland:
- Dinsdagavond 5 mei
- Dinsdagavond 26 mei
- Maandagavond 15 juni
- Maandagavond 13 juli
- Maandagavond 24 augustus
- Dinsdagavond 22 september
Elke avond wordt er een gedeelte van het boek behandeld en besproken. Daarom wordt het aanbevolen om ter voorbereiding de genoemde gedeeltes door te lezen en de bijbehorende vragen voor u zelf te beantwoorden. Deze vragen worden telkens op de website geplaatst.
Voorbereiding leeskring 15 juni
Vragen en opmerkingen bij Thomas Watson, Het Gebed des Heeren (p. 44-80)
- Vanaf blz. 46 tot en met blz. 51 lezen we tien keer: “Laten we dan…”, heel actief. Hoe komt dit veelvuldig aansporen tot ‘werken’ bij u over?
- Het woord ‘onze’ in de aanspraak van het gebed des Heeren, is volgens Watson een uiting van geloof. Wat zegt hij verder over het ongelovig en het gelovig bidden?
Vanaf blz. 60 behandelt Watson de eerste bede, “Uw Naam worde geheiligd.”
- Wat houdt het heiligen van Gods Naam in (blz. 61-70)? Vergelijk wat Watson schrijft, met wat de Heidelbergse Catechismus daarover onderwijst (vr. & antw. 122).
- Waarover klaagt Watson vervolgens?
- Als u een treffend/aansprekend stukje tegenkomt en dat wilt doorgeven, schrijf het op en lees het 15 juni voor.
Voorbereiding leeskring 26 mei
De bedoeling is dat u voor de volgende keer, dinsdagavond 26 mei, de bladzijden 11 tot en 44 leest en daarbij de volgende vragen beantwoordt – die we samen die avond zullen bespreken:
- Welke eigenschappen dient een vader te hebben; en zijn in volmaakte zin eigen aan God als Vader (blz. 14-16)?
- Welke voorrechten hebben kinderen van God (blz. 16-18)?
- Waaraan kunnen we weten of we een kind van God zijn of niet (blz. 18-23)?
- Wat schrijft Watson over de Heilige Geest in verband met het gebed (blz. 23-26)?
- Welke twintig gelukkig-makende dingen krijgen we van God als onze Vader (blz. 30-44)?
Voorbereiding leeskring op 5 mei:
Steeds stelt Watson een vraag, om er vervolgens een antwoord op te geven. Tip: beantwoord eerst zélf de vraag, vóórdat u Watsons antwoord/uitleg leest. Voorbeeld, blz. 13: “In welk opzicht is God Vader?”
- Wat is het nut van de ‘vraag- en antwoordvorm’? Denk aan de Heidelbergse Catechismus die dat steeds doet. Vergelijk hoe de Catechismus de noodzaak van het gebed aan de orde stelt, in zondagsafdeling 45 (vr. & antw. 116), met de volgende ‘methode’: “Het gebed is voor christenen nodig, omdat…”, enz.
- Welke drie dingen horen bij een gebed, dat God ‘goedkeurt’; en dat op verhoring kan ‘rekenen’?
- Lees Psalm 34. Welk onderwijs vinden wij hierin over ‘bidden’?