De strijd is Godes
Exodus 14:14: 'De Heere zal voor ulieden strijden en gij zult stil zijn.'
De tekst is een belofte aan het volk van God in een uiterst benarde situatie. Wat is er aan de hand? Wel het volk, onder leiding van de Engel des Heeren, zichtbaar in de wolkkolom, was in plaats van een tocht te gaan van twaalf dagen naar Kanaän, rechts afgeslagen langs de Rode Zee. Een omweg. En daar waren ze beland aan Pi-Hachiroth. Het betekende mond der vrijheid. Maar het leek wel de mond der gevangenis, want men liep zo vast als een huis. Van voren de zee en opzij de bergen en van achteren de Egyptenaren. De Egyptenaren hadden spijt gekregen het volk te laten gaan. Ze dachten nu, nadat ze berichten ontvangen hadden van de weg die het volk ging; het volk Israël is verward geraakt op de weg in de woestijn. Wij zullen haar najagen en weer gevangen nemen, opdat het ons weer dienen zou. En de Farao was met een grote legermacht, onoverwinnelijk geacht in die dagen, het volk Gods nagejaagd. En dit alles was geschied naar de wil en onder de leiding des Heeren.
Waar gaat het hier om? Het ware geloof en de weg daarin gegaan, wordt beproefd, dat is de gewone weg des Heeren met al zijn volk en kinderen. De wegen van beproeving zijn vaak, voor het oog van het volk Gods, vastlopende en doodlopende wegen. Ach vrienden, de Heere doet alles om Zichzelfs wille. Hij leert in de wegen van beproeving het volk haar zondige aard meer en meer kennen. Hoor het murmureert! Waren er geen graven in Egypte? Waarom hebt gij ons hier gebracht? Het was beter de Egyptenaren te dienen, beter de zonde te dienen dan te sterven, zegt het volk Gods.
Het leert ten tweede het volk haar eigen zwakheid kennen. Wat kunnen ze beginnen tegen zulk een leger. Een groot volk, maar ongewapend en ongetraind in de oorlog. Ja, stenen bakken, dat konden ze. Hoe nodig eigen vloekwaardigheid en onmacht te leren kennen in de heilige proefwegen Gods. Hoe nodig gebracht te worden aan het einde der wet in de aanvang en verdere voortgang. Hun zwaard deed hun dat land niet erven!
Ten derde leren ze de genadige almacht Gods heerlijk kennen; den Heere zal voor u strijden en gij zult stille zijn. De verlossing van Israël zal de ondergang van Egypte worden. De weg door de zee een vredesweg in Christus (1 Kor. 10), zal een oorlogs- en ondergangweg voor het onboetvaardige Egypte worden. O neen, zelf geen nagelschrap toe te kunnen doen tot de zaligheid, bij de aanvang en verdere voortgang, dat is genade. Stil zijn en stil zitten, daarin moet gij geoefend worden! Opdat het worde: door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen. Want God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven en onze Koning is van Isrels God gegeven.
O geliefden, vleesdodende wegen, hier en in Joegoslavië. Ach, kent gij deze wegen? Of zijt ge een vreemdeling hiervan? Welk een onderscheid. Maar hebt dan goede moed, gij vastgelopen en moegestreden kind des Heeren: de Heere zal voor u strijden, en gij zult stille zijn.
Wijlen ds. K. Veldman