Gods Geest in het binnenste
„En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u". Ezechiël 36:27a
Een heerlijke belofte bevat het woord onzer overdenking. Zij geldt het overblijfsel naar de eeuwige verkiezing Gods in het Babel dezer wereld. God zal Zijn Geest geven in hun binnenste, in hun hart. Uit het hart zijn de uitgangen des levens, er komt niets goeds uit voort. Dit hart moet gereinigd worden. Dit stenen hart moet weggenomen worden. De satan moet erin onttroond en Christus gekroond worden. Dit alles geschiedt door de werking des Geestes. Zonder die Geest leeft de mens onbekommerd en rustig voort, zonder bekering, geloof en heiligmaking. Als God evenwel die Geest in het binnenste geeft, ontstaat er onrust. Hij overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Men wordt terneder geslagen in zijn zonden en misdaden. Het recht Gods wordt geproclameerd in het binnenste. Men wordt strafwaardig. De vraag rijst: „Wat zuilen wij doen?"
Echter, al tracht de mens met zijn werkzaamheden, met zijn beweegoffers God te bewegen. God laat zich niét bewegen. Hij is een wreker, zeer grimmig. Het moet worden erkend: „Ik ben Uw gunst onwaardig. Uw gramschap dubbel waardig". Tegen het oordeel is niets in te brengen. Dit alles gaat gepaard met een bewenen van de afgelegde levensweg en een droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt. Deze beleving is geen hoofd-, maar binnenwerk. Die Geest gaat vertellen van Christus. De weg der ontkoming wordt gewezen, die God in oneindige wijsheid uitgedacht heeft in de Zoon Zijner liefde, Die door het bloed Zijns kruises een verzoening is voor de zonden der Zijnen. O, eeuwig wonder, er is nog een mogelijkheid, waar geen mogelijkheid meer was, om met God verzoend te worden. Dit alles gaat gepaard met troostrijke beloften en kostelijke onderwijzingen. Zij moeten verlost worden van dit verkeerd geslacht, van alle pogingen om uit de werken der wet gerechtvaardigd te worden. Alsook van dit verkeerde geslacht van binnen, dat niet wil zalig worden met het verlies van zichzelf, van die innerlijke vijandschap tegen vrije genade.
Bearbeid door Gods Geest wordt er in het geloof toevlucht genomen tot de Heere Jezus Christus. Hij is in staat hun zielsbehoefte te vervullen, hen in vrede met God te brengen. Zij kunnen het niet doen met bemoedigende woorden van mensen, noch met de goedkeuringen van degenen die pleisteren met loze kalk. Zij willen alleen met God Zelf vertroost worden. Het is dan ook een onuitsprekelijke weldaad als de Geest door een waar geloof vereniging geeft met de Borg en Middelaar. Men wordt dan gedoopt in Zijn dood, in Zijn bloed. In Hem is geopend een fontein tegen hun zonden.
Welk een heerlijk en heilrijk werk verricht toch de Geest. Hij laat de vrijspraak des Vaders horen; „Ik delg uw overtredingen uit als een nevel en uw zonden als een wolk; keer weder tot Mij, want Ik heb u verlost".
Hij geeft het geloofsbewustzijn dat zij in het Vaderhart Gods zijn opgelost. Immers, Hij is de Geest der aanneming tot kinderen. O, als die Geest de heilgeheimen van de eeuwige vrederaad, van het lijden en sterven van de Heere Jezus Christus, openbaart, dan genieten de gunstgenoten Gods voorsmaken van het hemelleven. De vijanden, satan en zijn trawanten zijn verdreven. De boze begeerten liggen er onder en de vruchten des Geestes openbaren zich.
Is deze geest gegeven in het binnenste van u? Altijd en zeker niet het minst in onze tegenwoordige tijd, zijn er vee! geesten uitgegaan in de wereld. De satan kan verschijnen als een engel des lichts. Het is derhalve niet overbodig de vermaning ter harte te nemen: „Maar beproeft de geesten of zij uit God zijn".
Is deze Geest in het binnenste van u gegeven? Bedenk, er zijn ook algemene werkingen van de Geest. Gods Woord maakt melding van degenen die de hemelse gaven gesmaakt hebben en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn, maar afvallig geworden zijn. Deze algemene werkingen zijn wel te onderscheiden van de zaligmakende. De zaligmakende werkingen des Geestes zijn daaraan te kennen, dat zij uitdrijven naar de Heere Jezus Christus.
Is deze Geest in-het binnenste van u gegeven? Hij maakt u door een oprecht geloof Christus en Zijn weldaden deelachtig. Hij troost u en Hij blijft eeuwig bij u. Bediend door die Geest, dorst uw ziel naar de levende God. „God des levens, ach, wanneer zal ik naad 'ren voor Uw ogen, in Uw huis Uw naam verhogen?"
Ds. A. J. Wijnmaalen (1914-2009)
Ds. Wijnmalen werd in 1944 op 30-jarige leeftijd bevestigd als predikant van de hervormde gemeente te Leerbroek. Oldebroek werd eind 1947 zijn tweede gemeente. In 1952 nam hij het beroep aan naar Maartensdijk, waar hij bleef tot aan zijn emeritaat op 1 mei 1979. Na zijn emeritaat verleende hij nog vele jaren bijstand in het pastoraat in Numansdorp, Culemborg, Lekkerkerk en in onze gemeente.