VREUGDEGEZANG
Zing vrolijk, gij dochter Sions, juicht, Israël; wees blijde en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems. De HEERE heeft uw oordelen weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd; de Koning Israëls, de HEERE, is in het midden van u, gij zult geen kwaad meer zien.
Zefanja 3:14 en 15
Gods ware volk kan niet altijd zingen en kan ook niet altijd treuren.
Waarom niet? Omdat het ware gezang en de ware klacht beide gaven des Geestes zijn! Zingen noch treuren kunnen zelf gemaakt worden. Een dodig hart in het standelijke, kan noch het een, noch het ander. Daarom is het standelijke zulk een grote zaak, wanneer een mens klagend gemaakt wordt, om namelijk de Heere achterna te klagen. Het is ook een grote zaak dat na wenen en geschrei, de Heere een blijde rei geeft en wanneer Hij Zelf de juichensstof der ziel wordt, door Zijn Heilige Geest.
Zie, lezer, de ware godsvrucht heeft reden om te klagen en heeft reden om te juichen. Dat wordt ook ingeleefd. Dan wordt er niet geklaagd om te klagen, niet gezongen om te zingen, maar dan is er grond om te treuren of te zingen. Is dat zo bij u? Of behoort u tot diegenen die altijd zingen of altijd wenen kunnen? Dat is geen best teken, want dat zou er op wijzen dat u het in eigen hand hebt. U bent blij zonder grond, maar zo is het in de tekst niet. Hier spreekt de Heere, Hij spoort aan tot juichen, Hij geeft de stof, de reden en de oorzaak. En de beoefening geeft Hij ook aan de Zijnen, die Hem door Christus' bloed dierbaar zijn. Aan onze tekst is wel wat voorafgegaan! Wat dan? Gods eenzijdig Drieënig werk, vanuit het eeuwig bestek. Daar is aan voorafgegaan verlorenheid en behoud, kennis van de eerste en van de tweede Adam. Deze opwekking van de Heere, door middel van Zijn dienstknecht en Woord, is dan ook geadresseerd. Niet iedereen wordt opgeroepen tot deze jubel! Bovendien geldt, dat deze opwekking geschiedt tot het hart van het ware Jeruzalem! En wanneer u hieraan gevolg mag geven in de ware zin, dan is het niet door u, maar dan is het door Gods wérk alleen. Dan is het door het geloof dat u mag zingen van de gegronde hoop die in u is, en dan is de inhoud van deze jubel: „Mijn God, ik zal U eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan".
Velen zingen van verlossing, maar de vraag is of ze ook werkelijk weten van verlossing. Wat is verlossing? Dat is niet iets wat ik zelf doe! Dat zijn geen inspanningen van mijn ziel zelf, want mijn ziel kan zichzelf alleen maar dieper het verderf in werken. De tekst is duidelijk. Ze laat zien dat het Gods werk is. God neemt de oordelen weg. Wat betekent dat? Dit, dat ik onder de oordelen lig en er niet onderuit kan. Ja, dat ik zelfs erkennen moet dat het eigen schuld is, want de vijanden, waaronder ik zucht, zijn veeleer in mij, dan buiten mij te vinden. Dat ervaart de ziel tot wie deze tekst wordt gesproken. Dat is een volk, onder de oordelen van de rechtvaardige Heere zuchtende. Hun vijanden zijn hun eigen vlees, natuur, inwendige wereld, binnenlaten van satan, onwil enz. En wie zal die wegdoen, wegvagen? Geen kracht in de wereld is daartoe bij machte. Maar nu bevonden te hebben, door het geloof, dat God de oordelen wegnam, de vijanden wegvaagde, zodat ze geen schijn van kans hadden om de ziel vast te houden.
Hoe heeft de Heere dat gedaan? Dat deed Hij in Zijn lieve Zoon, de Heere Jezus Christus. Met de Vader tezamen is het ook de Zoon, Die de Naam draagt ,,Koning lsraëls". Wel, wanneer Hij in het midden is van dit in zichzelf ellendig en arm volk, wat zouden ze dan vrezen? Geen kwaad zal u genaken, zong de dichter. Welk een veiligheid en beschutting heeft Gods kind toch in een wereld vol oordelen, vol vijanden, die de ziel omringen; wat loert het kwaad aan alle kanten en wat tracht de boze de ziel te verleiden tot het kwaad! Maar nu door de getrouwe Verbondsgod bewaard te worden, wat is dat wel bewaard. Degenen, die Hij Zich tot een volk maakte, hebben niets te vrezen! In de tekst spreekt Hij hen Zelf toe, Hij verklaart Wie Hij voor hen is en zijn zal tot in eeuwigheid. Is dit woord ook voor u „ja" in Christus en ,,amen" in Christus? Dat is tot in eeuwigheid! De Kerk zingt er hier reeds van:
Hij is, al treft u ’t felst verdriet,
Uw Wachter, Die uw voet
Voor wankelen behoedt;
Hij, Isrels Wachter, sluimert niet;
Geen kwaad zal u genaken;
De HEER’ zal u bewaken.
Ds. Tj. de Jong.
Ds. De Jong was als predikant aan onze gemeente verbonden van 1992-2009. Hij overleed 12 jaar geleden op 15 april 2014 op 71-jarige leeftijd.