Dagelijks Woord

Meer over Kerkelijk leven

Meditatie

“Want hij verwachtte de stad, die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is” (Hebreeën 11:10).

Let op Abraham als God hem riep, hoe hij gehoorzaamde, al wist hij niet waar God hem brengen zou; hij toonde te geloven dat God een Beloner was van diegenen die Hem zoeken. Bij gelegenheid van het Nieuwjaar dachten wij u deze woorden eens te binnen te moeten brengen.

Wij leven door Gods goedheid nog in deze stad, maar wij zullen er ééns uit moeten verhuizen naar een andere stad waar wij eeuwig zullen blijven, naar de stad des verderfs óf naar die stad die fundamenten heeft! Ach! dat wij, met Abraham, deze stad ook konden verwachten!

Gij allen die als vreemdelingen door deze wereld heen reist en naar dat vaderland zoekt dat Boven is, wij wensen u geluk met uw keuze; wij wensen dat gij de wereld dit jaar niet veel moogt achten, dat gij haar gunst niet teveel moogt zoeken en haar ongunst niet teveel moogt vrezen!

Wil de wereld u verachten, laat ze het doen. Wacht u maar van enige oorzaak tot lastering te geven en zoekt te betrachten al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat liefelijk is, al wat wél luidt; en tracht dit jaar zo een goed gerucht te brengen over het land waar gij naartoe gaat.

O! hoe aangenaam zal het zijn in zulk een stad te wonen waar alle kwaad buitengesloten is! Nu, wij wensen u toe dat gij u veel met deze stad moogt kunnen vertroosten. Maar, hoe zouden wij kunnen scheiden zonder op dit ogenblik naar de gelegenheid des tijds een woordje te spreken? U weet dat het de eerste ochtend van het jaar is. Wij willen u nog niet laten gaan, of wij willen nog een kort woord tot u spreken.

  • Die getrouwd zijn en kinderen hebben, wij wensen u van ganser harte toe dat u elkaar mag liefhebben. Dat des Heeren gunst op uw huis nederdale, en hetgeen u gebeden hebt op uw knieën dat God u dat geve.
  • Wij wensen dat u in uw familiën niet vele smarten mag hebben, en bijzonder, dat uw kinderen u niet tot smart maar tot blijdschap mogen wezen.
  • Wij wensen u met ons ganse hart dat God aan de vrouw de man en aan de man de vrouw, tot onderlinge verkwikking en hulp nog lange jaren wil geven, en dat ge uw kinderen als spruiten van des Heeren planting mag zien opwassen.
  • Zondaar, wij wensen u toe dat u de zonde eindelijk eens moede mag worden, en dat u van die nare slavernij des duivels eens verlost mag worden! Ach, zondaar! Hoe vele jaren hebt u de duivel nu al gediend! U zijt misschien in uw laatste jaar gestapt, en indien u zó sterft, zo zult u in de hel zijn! Wij wensen dat dit jaar eens het jaar van uw vrijlating moge zijn, en dat u dit jaar als het jaar van uw geestelijke geboorte tot in eeuwigheid mag gedenken!
  • Gekrookte rietjes, zwakke lammetjes, wij hopen dat God u genade zal doen zien. Wij wensen dat God u late zien de dingen die Hij u geschonken heeft, en dat u ook eens genade mag ontvangen, om die Stad die fundamenten heeft gelovig te verwachten.
  • U allen die als vreemdelingen door deze wereld heenreist, en naar dát vaderland zoekt dat Boven is. Wij wensen u geluk met uw keuze.
  • Wij wensen dat u de wereld niet veel mag achten, dat u haar gunst niet teveel mag zoeken en haar óngunst niet teveel mag vrezen! Wil de wereld u verachten, laat ze het doen. Wacht u maar van enige oorzaak tot lastering te geven en zoekt te betrachten al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat liefelijk is, al wat wél luidt; en tracht zo een goed gerucht te brengen over het land waar u naartoe gaat.
  • Wij wensen u toe dat u mét de Moorman uw weg naar die Stad met blijdschap mag reizen, en dat u veel mag kunnen zingen over hetgeen u op deze weg al ontmoet.
  • Wij wensen u èn onszelf toe dat als wij uit deze stad uitgaan, wij dan mogen instappen in die grote Stad Gods, waarvan wij u gesproken hebben. O, dáár zullen wij heel spoedig vergeten al de moeite die ons op de reis ontmoet is; en daar zullen wij dan onze reisstaven des geloofs neerzetten en van vreemdelingen op de aarde, gemaakt worden tot burgers van de hemel. O, hoe aangenaam zal het zijn in zo'n Stad te wonen waar álle kwaad buitengesloten en álle goed ingesloten is!
  • Nu, wij wensen u toe dat ge u veel met deze Stad mag kunnen vertroosten; en dat de Heere het gesprokene believe te zegenen tot Zijn eer, om Zijns Zoons wil. Amen.

    Ds. B. Smijtegelt (1665-1739)

     

     

 

  • © hersteld hervormde kerk 2022