Meer over Kerkelijk leven

Meditatie

 
 

MEDITATIE

 

Levende Fontein

 

“Te dien dage zal er een fontein geopend zijn (...) tegen de zonde en tegen de onreinheid” (Zach. 13:1)

 

De tekst van onze overdenking is opgetekend in het Bijbelboek Zacharía. Hij mocht na de ballingschap profeteren. Wie over deze periode nadenkt, zou verwachten dat Zacharía profeet mocht zijn in een tijd waarin onder de Joden geestelijke hoogtijdagen beleefd werden. Immers, wat had de HEERE aan dit volk veel van Zijn heiligheid en rechtvaardigheid getoond, toen Hij hen in Zijn oordelen overgaf in die zeventig jaar durende gevangenschap. En wat had de HEERE ook veel van Zijn goedheid getoond, toen Hij hen weer terugbracht in het land der beloften.

Helaas lag het bij het grootste deel van het volk anders. De profeet moet namens de HEERE uitroepen: “Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de HEERE der heirscharen. Weest niet als uw vaders” (Zach 1:3,4a).

Lezer, hier wordt ons getekend wat wij van nature zijn: geestelijk dood! Onder allerlei omstandigheden en allerlei prediking van Gods Woord blijven we vanuit onszelf dezelfde. Zijn we daaraan ontdekt en is in ons binnenste het gebed geboren: “Gun leven aan mijn ziel, dan looft mijn mond”.

Nu mag Zacharía profeteren dat er voor doden nog verwachting is, in en door de Levende. “Doch over het huis Davids en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik uitstorten den Geest der (levendmakende) genade en der (smeek)gebeden” (Zach. 12:10a).

De Geest, Die Heere is en levend maakt, wordt hier beloofd. Deze Geest zal een smeekgebed om genade verwekken. De reden daarvan staat in het vervolg van het tiende vers: “en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben; en zij zullen over Hem rouwklagen”. De Geest laat zien dat wij oorzaak zijn van de kruisiging van de Heere Jezus. De Geest der genade en der gebeden brengt de schuldbrief thuis: “Schuldig bevonden aan de dood van een goed en onberispelijk Mens, de Zoon van de Levende God.”

Kennen wij iets van dit ontdekkende werk van de Heilige Geest? O, dan is zalig worden wat ons betreft onmogelijk geworden en kan alleen vrije en onverdiende genade ons redden van de eeuwige dood. Dan blijft alleen dit roepen over: “Sla op mijn ellenden d’ ogen; zie mijn moeite, mijn verdriet; neem mijn zonden, uit meêdogen, gunstig weg, gedenk die niet.”

 

Dan klinken de tekstwoorden, en wat geven die een oneindige troost aan het hart dat schreiend tot God vlucht. “Te dien dage zal er een fontein geopend zijn voor het huis Davids en de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinheid.”

Wie is die Fontein? Dat is Jezus Christus. Voor wie is die Fontein geopend? Voor die dode, onbekeerlijke en schuldige mensen: het huis van David en de inwoners van Jeruzalem. Waar is die Fontein geopend? Op Golgotha, waar Christus als Borg de schuld betaalde met Zijn hartenbloed.

Hoe worden u en ik vervuld met het water des levens uit deze Fontein? Door als een schuldverslagen zondaar, op Golgotha, te zien op de Doorstokene, uit Wiens wonden water en bloed komt (Joh. 19:34). Daar stroomt voor dode zondaren het leven uit de stervende, maar eeuwig levende Fontein. Waar door het geloof iets daarvan gezien mag worden, zingt het hart: “Bij U, Heer’, is de levensbron; Uw licht doet klaarder dan de zon, ons ’t heuglijk licht aanschouwen.”

 

Ds. H.J. van Marle

 

  • © hersteld hervormde kerk 2020